Wat is militarisme?
Wat is militarisme?
Rond 1870 werd voor het eerst gesproken van ‘militarisme’. Militarisme staat voor het systeem waarbij militaire kracht de basis is voor het politiek en economisch handelen van de staat en de invloed van het militaire systeem op de regering van een land.
Aan de ene kant van het militaristische spectrum staat de parlementaire democratie waar het ‘primaat van de politiek’ geldt (Nederland). Aan de andere kant staat de door het leger gedoogde burgerregering (Turkije) en uiteindelijk de militaire dictatuur (Birma).
Maar militarisme is meer dan het hebben van een (groot) leger. Bij militarisme moet ook gedacht worden aan het verheerlijken van soldatendom en krijgsgeweld. Trouw, solidariteit, offervaardigheid, broederschap, bewondering en dank. Door militaire training wordt het verstand gespitst; het lichaam gehard; de soldaat leert zijn willekeur te beheersen. Het eigen leven wordt voor de gemeenschap op het spel gezet; de soldaat wordt de held die waagt en weet.
Bijvoorbeeld, geschiedschrijvers zien de toenemende militarisering van Japan als een van de oorzaken voor het ontstaan van Tweede Wereldoorlog, Wat zij daarmee bedoelen is dat in de jaren 1920-1940 het leger een steeds grotere rol ging spelen in het bestuur van het land. Belangrijke ministersposten werden ingevuld door generaals en voor de oplossing van Japans problemen (gebrek aan grondstoffen en olie) werd gekozen voor een militaire oplossing, het veroveren van gebieden buiten Japan. Grote sommen geld werd besteed aan bewapening en het volk (vooral de jeugd) werd voorgehouden dat er geen grotere eer was dan het leven geven voor de keizer en het vaderland.
De negentiende eeuw werd gekenmerkt door de opkomst van de nationale staat en het nationalisme. Voor het eerst begon een inwoner van Nederland zich ook daadwerkelijk Nederlander te voelen. Tegelijkertijd werd in Nederland (maar ook in de meeste andere Europese landen) de dienstplicht ingevoerd. Zo ontstond een enorme poel van potentiële soldaten. De militaire kracht van de (nu nationale) staat nam enorm toe, en ging steeds meer de basis vormen van de vrede en veiligheid van die staat. Beslissingen in de internationale politiek werden genomen met inachtneming van de militaire kracht. De politiek ging het militaire vormen, maar ook ging het militaire de politiek vormen.
De geschiedenis leert dat staten van oudsher in de eerste plaats als gewapende machten met elkaar omgaan. Symbolisch blijkt dit uit het ritueel van het inspecteren van de erewacht. Zo kan een machthebber die een ander land bezoekt zich ervan vergewissen dat hij of zij op het grondgebied van een echte staat is aangekomen. En van het gegeven dat er een leger is, dus het land niet zo maar overgenomen kan worden.
Militaire kracht verschaft aanzien in de internationale politiek. Daaruit kun je opmaken dat de internationale politiek in haar geheel een militaristische inslag heeft. Militarisme is onderdeel van de internationale politiek en voor afzonderlijke landen is het onvermijdelijk om daaraan mee te doen. Ook Nederland doet daaraan mee. De Nederlandse inzet en stationering van militairen in landen als Cambodja, Libanon, Bosnië, Kosovo en laatst Irak werden gepresenteerd als vredesmissies maar hadden vooral tot doel om Nederland een stevige positie te geven in de internationale politiek
Met het ontstaan van het militarisme in de negentiende eeuw, ontstond in Nederland ook het antimilitarisme. Door de dienstplicht kregen mensen voor het eerst direct te maken met het militaire instituut. En de meeste hadden daar weinig mee op en voldeden met ‘frisse tegenzin’ hun dienstplicht. Daar waren een aantal redenen voor. Het nut van een groot leger werd niet ingezien omdat sinds de Franse bezetting Nederland geen oorlog meer had gekend. De zoon moest voor maanden (soms zelfs jaren, als hij naar Indië moest) weg uit zijn bekende omgeving. De soldij die hij ontving was lager dan het loon dat hij kon verdienen in de fabriek of op het veld. De jongens van rijke komaf konden hun dienstplicht ‘afkopen’. De enige inzet die de mensen te zien kregen van het leger, was, als ze werd ingezet als stakingsbreker waarbij met scherp werd geschoten op stakende arbeiders en er steevast doden vielen.
Vandaag de dag is er in Nederland nog steeds geen sprake van een grote militaire traditie. Tegenwoordig is de houding van het Nederlandse volk ten opzichte van het militaire het best te omschrijven als ‘een koele liefde’. De meeste Nederlanders zien wel de ‘noodzaak’ van een leger in en hebben er zelfs aanzienlijk grote sommen geld voor over, maar het militaire mag niet te zichtbaar zijn. De Fransen houden militaire parades op 14 juli, hun nationale feestdag terwijl onze koninginnedag wordt gekenmerkt door een landelijke vlooienmarkt. En aan militaire heldenverering doet de Nederlander ook niet te veel. Vergelijk maar eens de verering die admiraal Nelson krijgt in het Verenigd Koninkrijk met de Nederlandse verering van onze admiraal Michiel de Ruyter.